Pappen en nathouden

Oftewel noch vlees noch vis. Ik ben er niet van, denk ik. Hou van duidelijkheid. Ben ook wel van de consensus en van de harmonie, denk ik ook.

 

Dit soort gedachtes kwamen bij me op in een split-second in de vroege ochtend van de eerste zomerse dag van 2015. Mijn jongste zoon vraagt: Waar ligt die korte blauwe broek? op een toon dat ik denk: Mm, dat gaat ‘m worden vandaag. Manlief nog aan het krabben op de voorruit.

Harmonie op zo’n ochtend dat iedereen in de startblokken staat voor een effectieve dag is  prettig. Mijn zoon voelt dat haarfijn aan, is ook van de consensus, niet zo van pappen en nathouden en weet nog niks van vlees en vis. Snapt wel dat ‘ie mij tevreden moet houden: Doe ik m’n normale jas gewoon aan! roept ‘ie. Oh gelukkig, denk ik, en tegelijkertijd ook: Dat staat toch wel heel raar, misschien? Ik zeg het niet. Voor de harmonie, zeg maar.

Die harmonie, de consensus is toch wel een ding bij veel organisaties. Hoeveel doen we voor de goeie gang van zaken? Hoe dicht bij mezelf mag en moet ik blijven, van mezelf en mijn  omgeving? Hoe hard ga ik er in? Wat zijn de do’s en don’ts  binnen de organisatie? Wat zijn de onderstromen?

Een wirwar van vragen die gesteld kunnen worden en een labyrint aan antwoorden kan gegeven worden. Alles mag er zijn, als de bedoeling van de organisatie maar duidelijk is. Als mensen de bedoeling van de organisatie erkennen, kunnen misstappen gemaakt worden en weer rechtgezet. Dan is pappen en nathouden soms best geoorloofd. Als we de bedoeling van de organisatie weten stelt dat gerust. Tenslotte heb ik ervoor gekozen om hier te werken, dus ik probeer een bijdrage te leveren, is door de bank genomen de gedachte.

Iedereen heeft toch z’n eigen geruststelling nodig. Al is het niet helemaal zoals jij het voor ogen had, tegelijkertijd is het ook goed.

Een kwartier later fietst mijn jongste zoon weg in korte broek en jas met bontkraag. Ik wens hem een fijne dag en stap gerustgesteld de auto in. Op naar die klant die het helemaal gehad heeft met die pappen en nathouden cultuur.

Ik heb een strak programma voorbereid en denk tegelijkertijd: Waar mogen we het ook over hebben vandaag? Ik besluit dat de centrale vraag van de dag wordt: Wat is de bedoeling van de organisatie? De rest volgt vanzelf, bijna. Daar vertrouw ik op.